Door Ameline Ansu

Pas na ontelbare gesprekken met mensen die net als ik jong boven een kist hebben gestaan, weet ik: rouwpijn zal altijd onderdeel zijn van wie ik ben. Het verlies en de impact zijn simpelweg te groot.

Ik heb altijd geweten dat mijn moeder niet oud zou worden. Op mijn elfde herstelde zij van lymfklierkanker, maar de artsen waarschuwden dat zij later hartfalen zou krijgen. We hebben tien mooie jaren gehad voordat zij in 2010 overleed. Het laatste jaar was ik mantelzorger. Dat was intensief, maar fijn om te doen. Mijn vader stierf plotseling in 2014 in zijn geboorteland Sierra Leone; het West-Afrikaanse land zat op dat moment midden in de ebola uitbraak. In mijn eentje dat vliegtuig instappen voor zijn begrafenis is tot op de dag van vandaag het meest moedige wat ik ooit heb gedaan.

Nadat mijn moeder overleed kreeg ik een burn-out en na mijn vaders dood belandde ik in een depressie. Beide keren heb ik me helemaal overgegeven aan de rouwpijn. De dagen vlogen voorbij. Ik sliep, keek naar nietszeggende sitcoms en ben op een gegeven moment ‘s ochtends gaan sporten voor een dagritme. Pas toen ik me begon te vervelen dacht ik: volgens mij begin ik weer op mezelf te lijken. Lang was ik bang om hardop te vertellen over de mentale impact. Vooral tijdens sollicitatiegesprekken dacht ik: mensen vinden mij vast zwak. Nu weet ik: juist door mijn levenservaring heb ik compassie voor anderen, weet ik wat belangrijk is en kan ik als geen ander luisteren naar mijn lichaam. Een werkgever is gek als je dat niet in je team wilt hebben.

Rouw is voor mij veel meer dan verdriet alleen. Het gaat om de herinneringen waar je op moet teren, warmte van familie en vrienden en realiseren wat er in het leven toe doet. Of in mijn geval: omgaan met de verantwoordelijkheid als erfgename. Ik wilde weten hoe anderen dat deden, zonder meteen half depressief te worden door de opeenstapeling van alleen maar ellendige verhalen. Daarom ben ik zelf gaan schrijven; het is een boek geworden over rouw zonder zwart randje.

Het is mijn missie om rouw en de dood beter bespreekbaar te maken in Nederland. Wat ik heb geleerd is dat omstanders zich vaak geen houding weten te geven en nabestaanden niet uitspreken wat hun behoefte is. Dat laatste is misschien niet leuk, maar wel handig om te doen. De ander kan niet in jouw hoofd kijken en is bang om het verkeerde te zeggen met als resultaat dat er niets wordt gezegd.

Pas na de publicatie realiseerde ik hoeveel dat schrijfjaar voor mijn eigen rouwproces heeft gedaan. Tijdens de onderzoeksfase sprak ik een jaar met anderen over rouw en het was een verademing om te realiseren dat anderen ook op zoek zijn naar (h)erkenning. Voor de lancering wilde ik perse een groot groepsgesprek. Ik was als de dood dat er vanwege interesse gebrek bijna niemand zou komen, maar toen ik voor een uitverkochte zaal met tweehonderd man stond dacht ik: zie je wel. Ik ben niet de enige.


Ontdek onze nieuwsbrief

Één keer per maand verstuurd. Geen spam, dat beloven we.

  • Hidden
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.