Door Lilian

In december 2006 liepen mijn broer en ik achter mijn moeder en haar hartsvriendin het ziekenhuis uit. Mijn vader, die mijn hele leven lang hartpatiënt was, was die ochtend overleden. Al die jaren leefde mijn moeder in dienst van zijn hart, sliep op zijn ademhaling en hield met alle plannen rekening met zijn gezondheid.

Op het moment dat zij, lopend voor ons, overtuigend tegen haar vriendin zei dat zij zelf naar huis zou rijden, keken mijn broer en ik elkaar aan. Zonder woorden begrepen wij elkaar, nu werd het haar moment de dingen te gaan doen die zij graag wilde in haar leven. Stedentrips, de tuinen in Engeland bezoeken, dichter bij de kinderen wonen, allemaal dingen die mijn vader wat tegenhield. Hij wilde naar vertrouwde plekken, mocht er wat met hem gebeuren.

Een aantal jaar na dat moment – geen enkele stedentrip, geen reis naar Engeland en ook geen verhuizing later – ontstond een voorzichtig besef in mij. Waar ik eerst als struisvogel mijn kop in het zand stak, begon mij helder te worden dat de ziekte van Alzheimer mijn moeder in de greep kreeg. Een aantal bezoeken aan een geriater bevestigde dat overduidelijk.

Mijn broer en ik hebben haar gelukkig kunnen overtuigen om dichter bij ons te komen wonen. Dat wat ze altijd wilde sinds wij het ouderlijk nest hadden verlaten, heeft aardig wat voeten in de aarde gehad. In een kleinschalig verzorgingshuis kwam ze in liefdevolle handen terecht.

En dan opeens (zo voelde dat toen, maar achteraf waren de signalen er natuurlijk al veel langer), is je altijd vrolijke, doortastende moeder dementerend. Ik heb me ertegen verzet, ben boos geweest, ben weggelopen, heb het ontkend, ben intens verdrietig geweest.

Elke week bezocht ik haar. Ze friemelde aan mijn haar, plukte aan mijn trui, lachte om selfies (‘dat ben ik toch niet?’). Ze had een stoffen pop met een ritsje en knoopjes: een pop voor kleine kinderen die ze met veel liefde verzorgde.

Het meest ingewikkelde moment in dit hele proces is het moment dat je niet meer wordt herkend door je eigen moeder. Toen ik haar een keer vertelde dat ik haar dochter was, lachte ze mij hartelijk uit …. ik lachte met haar mee …. Vanaf dat moment ging ik door het leven als haar zus. Ik bewoog met al haar emoties mee. Vaak waren de bezoeken heel bijzonder en intiem, soms waren ze enorm confronterend en reed ik huilend en schreeuwend van verdriet en frustratie terug naar huis. Met ieder bezoek verloor ik haar meer.

Mijn moeder gleed langzaam bij me weg en mijn rol als dochter vervaagde voor haar. Haar blik keerde naar binnen. Ze vond het fijn wanneer ik er was, maar ze had geen idee wie ik was. Het begrip moeder-dochter had voor haar niet meer de betekenis die het voor mij wel had.

Negen jaar na mijn vader is zij overleden. Met haar overlijden verdween ook haar dementie uit mijn leven. De dementie die mijn moeder had overgenomen en mij tot haar zus had gemaakt.

Een rol die ik met veel liefde op mij had genomen, maar hoe blij was ik dat ik na haar overlijden gewoon weer haar dochter kon zijn.


Ontdek onze nieuwsbrief

Één keer per maand verstuurd. Geen spam, dat beloven we.

  • Hidden
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.