Kinderen verwerken de dood van een dierbare anders dan volwassenen. Elk kind verwerkt het anders, maar er zijn wel een aantal dingen die veel kinderen doormaken als ze iemand in hun omgeving verliezen. Rouwdeskundige Jacqueline de Ruig legt uit wat je kunt verwachten als jouw kind rouwt.

Door Jacqueline de Ruig

Doodsbesef per leeftijdscategorie

De eerste maanden van het leven:

Dan hebben kinderen nog geen doodsbesef. Al zullen ze wel huilen wanneer ze hun verzorging missen.

4 maanden tot 2 jaar

De meesten hebben nog geen doodsbesef. Wel kunnen ze onbehagen vertonen wanneer ze de vertrouwde ouderfiguur missen. Kinderen voelen haarfijn aan dat er iets veranderd is. Ze voelen wanneer de andere ouder in de war is. Ze kennen hun ouder via hun geur, de klank van hun stem en de wijze waarop ze hen vastpakken. Ze weten welke reactie ze kunnen verwachten als ze huilen en ze kennen het ritme van de dag. Doordat de ouder anders reageert, het ritme verandert of minder tijd en aandacht geeft en minder speels is, voelt het kind dat er iets mis is. De wereld van het kind is niet meer hetzelfde. Niet meer zo veilig en comfortabel. Het kind rouwt door verandering in eetgewoonten, slaapgewoonten en in gedrag te laten zien.

Van 2 tot 5 jaar

Ze begrijpen nog niet dat de dood onomkeerbaar is en wat de consequenties zijn. Verder verschillen de reacties niet zoveel als die van hun ouders.

Kinderen op deze leeftijd hebben moeite met 3 sleutelbegrippen:

  • Het niet meer functioneren van het lichaam. Kinderen moeten leren dat dood betekent dat het lichaam niet meer werkt. Dood is niet een beetje minder levend zijn. Het betekent dat het lichaam niet meer voelt, dat het niet meer ademt, het hart niet meer klopt, de ogen niet meer zien, de oren niet meer horen en het lichaam niet meer kan bewegen.
  • De dood is onomkeerbaar. Kinderen denken vaak dat de dood niet definitief is. Ze spelen een spel, schieten elkaar dood en de dode staat het volgende moment weer op en speelt verder. Ze moeten dus leren dat de overleden persoon niet meer opstaat of terug komt.
  • De dood is universeel. Iedereen sterft. Sommige kinderen denken dat dood zoiets is als een ongeluk. Als je oppast leef je voor altijd.

Kinderen die met deze begrippen worstelen zijn heel concreet en letterlijk in hun denken en zullen hier verschillende vragen in hebben. Wat ook typisch is voor kinderen van deze leeftijd is het magisch denken. Ze denken dat ze een soort magische kracht hebben om dingen te laten gebeuren als ze eraan denken. Het sterven van een dierbare kan hen dan ook in verwarring brengen. Kinderen kunnen denken dat het hun schuld is dat iemand dood is gegaan, puur alleen omdat ze even boos waren op die persoon of iets ‘naars’ hebben gedacht. Kinderen zijn goed in staat om te rouwen. Ze missen alleen nog de capaciteit om hun gedachten, gevoelens en herinneringen nauwkeurig in woorden uit te drukken.

In het begin zullen kinderen vaak allerlei vragen stellen. Later laten ze vaak een vorm van verbijstering zien en vertonen ze regressief gedrag. Zoals aan de ouder hangen en aandacht vragen. Ze vragen voortdurend naar waarom en wanneer de overledene terugkomt en wat hij doet. Ze kunnen opstandig reageren omdat ze zijn verlaten. Dit gedrag kan zowel naar de overledene als naar de overblijvende ouder gericht zijn. Die laatste kan zich opsluiten in het verdriet en daardoor niet in staat zijn het kind de nodige zorg te geven.

Van 5 tot 8 jaar

Zij begrijpen de dood en de implicaties al beter, maar niet nog op volwassen niveau. Ze beginnen te begrijpen dat de dood onomkeerbaar en permanent is, al snappen ze nog niet dat ze er zelf ook kwetsbaar voor zijn. Zolang ze nog niet geconfronteerd zijn met de dood van een leeftijdsgenoot of een broer of zus, denken ze dat de dood alleen gebeurt bij oude mensen. En oud is iedereen die geen kind meer is. Soms denken kinderen in deze leeftijd dat de dood besmettelijk is. Dat je het kan krijgen van een ander kind dat een familielid is verloren of dat het een straf is voor slecht gedrag.

Op deze leeftijd zijn kinderen erg gefascineerd door de biologische details van de dood. Op bezoek gaan bij een ziek familielid in het ziekenhuis zullen kinderen vooral geboeid zijn door de apparatuur en drainages en willen ze weten hoe dit werkt. Ze willen alles weten over een crematie en wat er gebeurt met een lichaam als het begraven is. Eerlijkheid is hierin het beste, want kinderen vullen de gaten of leegtes op met hun eigen fantasie.

Die fantasie kan veel erger zijn dan de werkelijkheid. De voorwaarde hierin is dat er met hen besproken wordt op een toon en een manier die warmte, genegenheid en zorg uitdrukt. Ze moeten voelen dat ze niet buitengesloten worden en dat de ouder hen helpt te begrijpen. Als de ouder zelf verdrietig is wanneer het kind vragen stelt, is het goed om te benoemen dat dit niet komt doordat het kind vragen stelt, maar omdat deze de overledene mist.

Kinderen zijn zeer kwetsbaar op deze leeftijd, omdat ze het wel begrijpen, maar nog niet de mogelijkheden hebben om hiermee om te gaan. Ontkenning is vaak de eerste verdediging. Ze verbergen hun gevoelens om niet babyachtig te lijken en ze huilen vaak in stilte. Kinderen hebben nadrukkelijke toestemming en steun nodig om hun verdriet te durven uiten. Hierin moeten ze herhaaldelijk in uitgenodigd worden, zodat ze zich veilig genoeg kunnen voelen om hun gevoel toe te laten. Als ze zich niet uiten, creëren ze vaak een fantasieleven. Hierin wordt de overledene geïdealiseerd en hier kunnen de levenden niet mee concurreren.

Van 8 tot 12 jaar

Zij beginnen meer abstract te denken. Ze weten nu wat dood betekent, dat iedereen sterft en dat de dood onomkeerbaar is. Zij zullen meer de vraag hebben waarom die specifieke persoon dood is gegaan. Op deze leeftijd zijn ze niet meer zo afhankelijk, maar hun onafhankelijkheid is nog zeer fragiel. Wanneer iemand overlijdt, roept dit hun kinderlijke emoties op, maar er is een sterke neiging om deze te verbergen.

Kinderen hebben ook vaak de neiging om hun hulpeloosheid en pijn te ontkennen. Ze kunnen dwangmatig gaan zorgen voor anderen of zich bazig en controlerend gaan gedragen.

Ze kunnen ook fobieën ontwikkelen, overdreven bezorgd zijn over het eigen lichaam en hypochondrisch worden. Kinderen op deze leeftijd hebben de behoefte om hun verdriet te uiten, maar duwen het vaak weg tot ze in staat zijn de pijn te erkennen. Hierin is veiligheid en vertrouwen het meest belangrijk. Dat het kind zich veilig voelt in de thuissituatie en een vertrouwde relatie heeft met een volwassenen die hen blijft uitnodigen om hun verdriet te uiten.

Om kinderen en jongeren beter te begrijpen is het belangrijk om zicht te hebben op leeftijdsgebonden reacties, maar de leeftijdsverschillen moet je niet te letterlijk nemen. Ontwikkeling is een individueel gebeuren en ondanks dat het over het algemeen wel verloopt als hierboven beschreven, komt het vaak genoeg voor dat er variaties te zien zijn.

Rouwen midden in het leven

Kinderen rouwen midden in het gewone leven, wanneer iets hun verdriet in gang zet en wanneer ze zich veilig genoeg voelen om dit te uiten. Het kan dus zijn dat een kind voor een ouder ‘uit het niets’ begint over de overledene. Het kan zijn dat een kind iets heeft gezien, gehoord of heeft meegemaakt wat het deed denken aan de overledene. Als ouder is het goed om hier enigszins rekening mee te houden dat dit kan voorkomen. Het is goed om op dat moment tijd en aandacht te geven aan het kind en wat het te vertellen of te vragen heeft.

Rouwperiodes bij kinderen

Kinderen zijn niet in staat om lange tijd met verdriet bezig te zijn. Hun capaciteit om de pijn te verdragen die wordt opgeroepen door de erkenning van verlies is beperkt. Daarom vermijden ze vaak om erover te praten. Het is ook de reden waarom ze met onderbrekingen en soms gedurende jaren bezig zijn met het verlies. Kinderen zijn gewoon niet in staat om lange tijd en intens met het verdriet bezig te zijn.
Het is wel zo dat de emoties van kinderen zeer explosief kunnen zijn in vergelijken met die van volwassenen. Het is belangrijk dat een kind dit mag uiten zonder dat het zich hierover schuldig hoeft te voelen. Hierdoor kan het kind leren dat gevoelens niet goed of slecht zijn, dat je er ook niet voor kiest om deze gevoelens te hebben. Het is het beste om te aanvaarden dat ze er zijn, dat ze natuurlijk zijn en dat ze zullen overgaan als ze voldoende worden geuit en niet worden opgekropt.

Het gedrag bij kinderen als ze rouwen

Wanneer een kind een dierbare verliest is er vaak een terugval in het functioneren te zien. Een kind dat al een tijdje zindelijk was, verliest dit bijvoorbeeld weer. Het beste is om dit te zien als een onderbreking, een soort pauze die ze nemen in de rouw en niet als een probleem. Kinderen keren als het ware terug naar een tijd en naar gedrag waarin ze werden verzorgd. Waarin het leven nog veilig en zonder ellende was. Met dit gedrag proberen ze de aandacht van volwassenen voor enige tijd op zich te richten. Wanneer dit gedrag asociaal, totaal ongepast of zelfs crimineel gedrag wordt, is het goed om op gepaste wijze aan te geven dat er andere manieren zijn om aandacht te krijgen.

Bij jonge kinderen zijn verbale en mentale mogelijkheden soms nog niet voldoende ontwikkeld om over hun verdriet te praten of na te denken over wat er is gebeurd. Daardoor zien we bij kinderen deze verwerking vaak terug in hun spel of gedrag. Spelen is de meest natuurlijke instrument voor communicatie bij kinderen. In hun spel kunnen ze zich op een veilige manier uiten. Door erover te praten en kinderen een kans te geven hun verhaal te doen helpt de volwassene hen om controle te krijgen over deze gebeurtenissen. Welk gedrag je ook ziet, het is belangrijk te onderkennen dat het een betekenis heeft.

Wanneer zie je wat van rouw bij kinderen?

Uit diverse studies weet men dat veel kinderen na het sterven van een ouder pas na twee jaar, rouwreacties gaan laten zien. Bij een zus of broer kan het zijn dat gedragsverandering pas na 5 jaar optreed. De reden dat kinderen hier later in zijn is omdat het voor hen zo belangrijk is dat ze voldoende veiligheid ervaren om zich over te durven geven aan de chaotische gevoelens en gedachten in hen. Het kind moet weten dat er aan zijn basisbehoeften tegemoet zal worden gekomen. Ze schuiven het rouwen vooruit tot ze voelen dat er voldaan is aan hun behoefte aan fysieke en psychologische veiligheid.

Er is weinig verandering in hun gedrag, behalve wat teruggetrokkenheid en misschien een achteruitgang in hun prestaties op school. Pas later kan het kind zijn verdriet uiten.

Een andere factor die het verdriet doet uitstellen is het feit dat ze de behoefte hebben om bij de groep van hun leeftijdgenoten te horen en zich door hen aanvaard te voelen. Ze hebben dan ook de neiging zich te gedragen zoals hun leeftijdsgenoten. Wanneer iemand uit hun directe leefkring overlijdt, maakt dit hen anders dan hun leeftijdgenoten.

Onverwachte momenten

Wanneer er zich belangrijke veranderingen voordoen in het leven, komt er soms een hernieuwde aanval van gevoelens van gemis. Soms zijn deze momenten te voorspellen, zoals het verhuizen uit een woning waarmee heel wat herinneringen waren verbonden. Maar er zijn ook heel wat momenten waarop je niet verwacht. Zoals thuiskomen met een goede uitslag van school of een verandering in de gezinssituatie.

Telkens wanneer kinderen een nieuwe emotionele of mentale stap zetten in het leven kan je verwachten dat ze het oude verlies herbeleven. Ze ervaren en begrijpen het nu ook op een andere manier. Elke keer kan het oude verlies een nieuwe betekenis krijgen.

De 6 fundamentele behoeften van kinderen in rouw

Om kinderen te helpen groeien door verlies, zijn er 6 fundamentele behoeften waaraan voldaan moet worden:

  1. De realiteit van de dood onder ogen zien. Het is erg belangrijk dat kinderen een eerlijke uitleg krijgen over de oorzaak en de aard van het sterven. Kinderen kunnen alleen maar afrekenen met dat wat ze weten, en niet wat ze niet weten. Wellicht zijn kinderen te jong om de dood te begrijpen, maar niet te jong om gevoelens te hebben.
  2. De pijn van het verlies ervaren. Om normaal te verwerken moeten kinderen niet alleen worden toegelaten, maar zelfs aangemoedigd worden om alle emoties en gedachten te uiten die op hen afkomen. Hen stimuleren om te vertellen hoe ze zich voelen in plaats van een sfeer te creëren waarin ze geneigd zijn zich goed voor te doen en alle gevoelens van verdriet, opstandigheid, schuld en schaamte te verbergen. Kinderen hebben een sfeer nodig waarin ze voelen dat volwassenen geïnteresseerd zijn om te horen hoe ze zich echt voelen.
  3. De relatie met de persoon die is gestorven omvormen van een aanwezigheid naar een herinnering. Toestaan en aanmoedigen dat het kind evalueert van het ‘hier en nu’ van zijn relatie met de persoon die stierf naar een ‘wat voorheen was’. Met de dood stopt het leven, maar niet de relatie die men met iemand heeft. Het kan schadelijk zijn als kinderen overtuigd raken dat alle relaties met de overledene nu voorbij zijn en dat het alle banden moet opgeven. Daarom wordt er aangemoedigd om kinderen deel uit te laten maken van de uitvaartdienst. De herinneringen die worden gedeeld zetten de toon voor de nieuwe aard van de relatie die nadien ontstaat. Het aanmoedigen om herinneringen levendig te houden, helpt om de waarde van het leven en de relatie te waarderen.
  4. Een nieuwe identiteit ontwikkelen op basis van een leven zonder de persoon die is gestorven. Het sterven van een dierbare kan de wijze waarop een kind zichzelf beleeft veranderen. Kinderen kunnen voor de opdracht staan zichzelf te herdefiniëren zonder de aanwezigheid van een dierbare uit hun leven. Als kinderen geconfronteerd worden met deze behoefte, wordt elk aspect van hun capaciteit om te verwerken getest. Het rouwende kind denkt, voelt en gedraagt zich vaak op een manier die het zelf vreemd vindt. Kinderen hebben behoefte aan het gevoel dat ze kinderen mogen zijn. Dat de ouderlijke rol van zorg, liefde en discipline behouden blijft. Het feit dat een kind tot het besef komt dat het zelf en iedereen om hen heen onsterfelijk zijn, heeft ook invloed op zijn identiteit. Volwassenen hebben bij deze behoefte vooral een signalerende taak en moeten ingrijpen wanneer ze zien dat het kind een andere rol, dan dat van kind, op zich wil gaan nemen.
  5. Zoeken naar een zinvolle context voor de dood. Het kind gaat op zoek naar een soort nieuwe zin van het leven. Na het verlies van een dierbare stelt een kind zich vragen over de betekenis van leven en dood. Zijn beeld is veranderd. Een kind stelt deze vragen alleen als het zich veilig voelt en er een vertrouwde relatie is. Dit is dus een positief teken. Het zoeken naar een zinvolle verklaring waarmee men kan leven, is voor kinderen en jongeren niet iets wat zonder pijn en verdriet verloopt. Kinderen en jongeren groeien door alle ervaringen, dus ook de pijnlijke, op tot evenwichtige volwassenen. Een noodzakelijke voorwaarde om eruit te leren en te groeien door verdriet is wel de fundamentele behoefte aan veiligheid wordt ingevuld.
  6. Een continue steun gevende volwassen aanwezigheid in de komende jaren. Rouw is een proces en niet zomaar een gebeurtenis. Aangezien rouwen een proces is van lange duur, betekent dat kinderen behoefte hebben aan volwassenen die als een stabilisator kunnen fungeren in hun leven lang na het sterven van een dierbaar iemand. Kinderen en jongeren die zelf de tijd genomen hebben om hun verdriet actief te beleven en te uiten, hebben ook later in het leven nog behoefte aan begrijpende mensen om zich heen. Als ze opgroeien, beleven ze het verlies telkens opnieuw en anders in diverse stadia van hun ontwikkeling. Het is dus belangrijk het verdriet toe te laten, ook nog vele jaren na het sterven.

Tekst en info uit: ‘’kinderen helpen bij verlies’’ van Manu Keirse.

 


Ontdek onze nieuwsbrief

Één keer per maand verstuurd. Geen spam, dat beloven we.

  • Hidden
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.